Zuurstoftechnologie in de staalproductie met elektrische vlamboogovens

2026-06-17

Als je in de jaren 60 een smeltoven binnenstapte, betekende zuurstof voor jou een man in een zwaar leren pak die een stalen buis door de ovendeur stak. Tegenwoordig betekent het coherente straallansen, naverbrandingsbranders en schuimslakbeheersing – en het is een van de belangrijkste redenen waarom moderne elektrische vlamboogovens (EAF's) tijden van 40 minuten tussen twee verbrandingsbeurten kunnen halen. Dit artikel behandelt wat zuurstof precies doet in de oven, hoe de technologie zich heeft ontwikkeld en wat belangrijk is om er het maximale uit te halen.


I. Wat doet zuurstof in een elektrische vlamboogoven?


1.1 De vijf functies van zuurstof


Zuurstof gaat niet alleen over ontkoling, hoewel dat wel de belangrijkste functie is. In een moderne oven vervult zuurstof vijf verschillende taken:


Ontkoling


Dit is de kernreactie: C + O → CO. De CO-bellen brengen het bad in beweging, waardoor opgeloste gassen en niet-metallische insluitingen worden verwijderd. Ontkoling is ook de belangrijkste methode voor koolstofverwijdering bij de EAF-staalproductie — je kunt simpelweg geen koolstofarm staal efficiënt produceren zonder gecontroleerde zuurstofinjectie.


Ontfosforisering


Zuurstof oxideert fosfor in het bad tot P₂O₅, dat vervolgens combineert met CaO tot calciumfosfaat dat neerslaat in de slak. Zonder voldoende zuurstof en een goed geconditioneerde slak zal uw fosfor niet neerslaan.


Aanvullende verwarming


Het toevoeren van zuurstof aan het oxidatiebad is niet alleen een kwestie van chemie — de exotherme oxidatie van ijzer, koolstof, silicium en andere elementen produceert warmte. Elke kubieke meter zuurstof die wordt gebruikt voor de oxidatie van het bad bespaart ongeveer 3 tot 5 kWh aan elektrische energie per ton staal. Het is niet gratis — je oxideert ijzer dat uiteindelijk in de slak terechtkomt — maar de energiebesparing is het meestal waard.


Naverbranding


De CO die vrijkomt bij de ontkoling kan in de oven worden verbrand tot CO₂: CO + ½O₂ → CO₂. Bij die reactie komt ongeveer 238 kJ per mol CO vrij, oftewel ruwweg 10,6 MJ per kubieke meter verbrande CO. Het terugwinnen van die chemische energie is waar naverbranding om draait: het kan 30% tot 50% van de chemische energie terugwinnen die anders via de schoorsteen verloren zou gaan.


Schuimslakgeneratie


Gecontroleerde zuurstofinjectie (in combinatie met strategische koolstoftoevoeging) zorgt voor een constante aanvoer van CO₂-bellen door de slak. Als de slaksamenstelling optimaal is, vormen die bellen een stabiel schuim dat de boog bedekt. ​​Daar komen de echte winsten in thermisch rendement vandaan.


1.2 Hoe de zuurstoftechnologie zich heeft ontwikkeld


Tijdperk Wat gebeurde er? Belangrijkste technologie

Jaren 1950-1960 Handmatig reinigen van deuren met een stalen zuurstoflans, handmodel

Zuurstofbranders voor smeltondersteunde O₂-aardgasbranders uit de jaren 70-80

Jaren 1980-1990: Wandlansen, watergekoelde lansen, vaste wandlansen

Jaren 90 tot heden: Diepgaande zuurstofinjectie, naverbranding, beheersing van schuimslakken, coherente straallansen, geïntegreerde systemen


II. Zuurstoflans door de ovendeur


2.1 Hoe het werkt (en waarom het nog steeds bestaat)


Deurlansen is precies wat de naam al zegt. Een operator voert een stalen buis (doorgaans met een buitendiameter van ½ tot 1 inch) door de ovendeur onder een hoek van 15-30°, positioneert de punt 50-200 mm boven het bad en opent de zuurstofklep. De druk bedraagt ​​meestal 0,3-0,8 MPa.


Het is primitief, maar het werkt. De operator kan zien wat er gebeurt en in realtime bijsturen. Voor kleine ovens en speciale situaties is het nog steeds een nuttig hulpmiddel.


2.2 De realiteit: het heeft zijn grenzen


Het openmaken van deuren heeft wel degelijk nadelen:


- Zware werkomstandigheden: de operator staat voor een hete plaat van 1600 °C met rook en stralingswarmte.

- Lage zuurstofefficiëntie — een groot deel van de zuurstof verbrandt in de vrije ruimte boven het bad in plaats van te reageren in het metaal.

- Veiligheidsrisico: terugslag en metaalspatten vormen een reëel gevaar.

- Geen precisie — u kunt de zuurstofstroom of de indringdiepte niet consistent regelen.


Daarom maken moderne ovens gebruik van aan de muur gemonteerde, watergekoelde, mechanisch gepositioneerde lansen. Maar als je een kleine werkplaats hebt, is het reinigen van deuren met een lans nog steeds een belangrijk onderdeel van de gereedschapskist.


2.3 Als je het doet, doe het dan goed.


- Houd de lans niet te dicht bij het bad, anders spat het flink; te ver weg en het grootste deel van de zuurstof oxideert in de gasruimte.

- Houd de spuitlans in beweging zodat er geen plaatselijke hete plek ontstaat — je wilt dat het hele bad oxideert, niet slechts één hoek.

- Draag de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit is geen plek om te bezuinigen op veiligheid.


III. Smeltassistentie met zuurstof-brandstof


3.1 Het basisidee


Een zuurstofbrander, gemonteerd op de ovenwand, gebruikt een vlam met hoge temperatuur om schroot te verhitten dat de vlamboog niet direct kan bereiken – met name de koude plekken vlakbij de ovenwanden. De brandstof (aardgas, steenkoolpoeder of lichte olie) verbrandt in pure zuurstof, wat een vlamtemperatuur van 2500–3000 °C oplevert.


Dit is belangrijk omdat de elektrische boog een puntbron van warmte is. Als je alleen op de boog vertrouwt, smelt het midden van de oven snel en blijven de randen achter. Branders zorgen voor een gelijkmatigere temperatuurverdeling en verkorten de smelttijd.


3.2 Brandstofopties


Zuurstof-aardgas


De industriestandaard. De verhouding O₂:aardgas is doorgaans ongeveer 2:1 in volume. Vlamtemperatuur rond de 2800 °C. Schone verbranding, goede regelbaarheid en een betrouwbare aardgasvoorziening in de meeste industriële gebieden.


Zuurstof-koolpoeder


Een goedkopere brandstof als je zelf steenkool hebt, maar je hebt wel een systeem nodig voor de voorbereiding en injectie van poederkool. De as vermengt zich met de slak, waardoor het slakvolume toeneemt en de chemische samenstelling van de slak mogelijk wordt beïnvloed. Komt vaker voor in regio's waar aardgas duur of niet beschikbaar is.


Zuurstofarme olie


Diesel of stookolie. Betrouwbare ontsteking en stabiele verbranding, maar de brandstofkosten zijn hoog en de milieuregelgeving voor NOx en fijnstof wordt steeds strenger. Geen gangbare keuze bij nieuwbouw.


3.3 Wat branders daadwerkelijk leveren


- Smelttijd: 10-20 minuten korter bij effectief gebruik van de branders

- Energieverbruik: 30–80 kWh/ton besparing per verwarmingsbeurt

- Levensduur van de ovenbekleding: indirect voordeel — de brander verwarmt de wanden direct, waardoor de stralingsbelasting van de vlamboog op de vuurvaste zijwanden wordt verminderd.

- Temperatuurverdeling: gelijkmatiger, wat de slakvorming en de oplossing van legeringen ten goede komt.


3.4 Ze laten werken


De plaatsing van de branders is belangrijk. Meestal zie je 4 tot 8 branders op een middelgrote tot grote oven, gemonteerd in het midden of bovenste gedeelte van de wand. De branders moeten in de juiste volgorde werken met behulp van de elektroderegeling – je wilt niet dat een brander al gesmolten schroot verhit, en je wilt ook niet dat een vlamboog op volle kracht tegen een koude wand brandt.


Houd de brandermondstukken schoon. Slakvorming op het mondstuk verstoort het vlampatroon en leidt tot brandstofverspilling.


IV. Coherente straal zuurstoflansen


4.1 Waarom de coherente straal belangrijk is


Een conventionele supersonische zuurstoflans produceert een straal die snel uiteenvalt — de effectieve penetratiediepte is slechts ongeveer 10-15 keer de diameter van het mondstuk. De coherente straallans lost dit op door de centrale hogesnelheidszuurstofstraal te omhullen met een ringvormige mantel van afschermgas (meestal aardgas of lucht). De mantel onderdrukt het meevoeren van omringende gassen, waardoor de centrale straal over een veel langere afstand coherent blijft.


Indringdiepte met een coherente straal: 30–50 keer de diameter van het mondstuk. Dat betekent een diepere penetratie in het bad, krachtiger roeren en een aanzienlijk betere benutting van zuurstof.


4.2 Wat zit er in de lans?


Een coherente straallans is een samengestelde constructie:


- Centrale zuurstofsproeier — genereert de hogesnelheidszuurstofstraal

- Ringvormig gaskanaal — zorgt voor de aanvoer van het beschermgas.

- Waterkoelingsmantel — de lans werkt in een vijandige omgeving; koeling is noodzakelijk.

- Lanslichaam — gemonteerd aan de ovenwand, meestal intrekbaar om te voorkomen dat het in het bad terechtkomt tijdens schuimvorming van de slak.


4.3 Wat u wint


Diepere penetratie, betere ontkoling


De coherente straal vormt een diepere penetratieholte in het bad. Zowel het contactoppervlak tussen zuurstof en metaal als de reactietijd nemen aanzienlijk toe. De ontkolingsefficiëntie stijgt en er wordt meer bereikt met minder zuurstof — een reductie van 10%–20% in zuurstofverbruik voor hetzelfde ontkolingsdoel.


Beter roeren


De CO₂-bellen die ontstaan ​​door diepe zuurstofinjectie leggen een langere weg af door het bad. Dat betekent een grondigere menging, wat helpt om de temperatuur en chemische samenstelling te homogeniseren voordat het bad wordt afgetapt.


Gemakkelijker schuimslak


Diepe injectie brengt de koolstof-zuurstofreactie in het onderste deel van het bad. De CO₂-bellen moeten door de hele slaklaag omhoog stijgen en daarbij uitzetten – en dat is precies het mechanisme dat zorgt voor een stabiele schuimslak.


4.4 Installatie en bediening


- Positie: onderste ovenwand, onder een hoek van 15-30° naar beneden gericht, zodat de straal diep in het bad doordringt.

- Timing: begin met injecteren vanaf het midden tot het einde van het smeltproces tot het einde van de oxidatieperiode.

- Druk: doorgaans 0,8–1,5 MPa bij de lans

- Controle van de lanspositie: de lans moet zich terugtrekken naarmate het badniveau daalt, waarbij een constante penetratiediepte wordt gehandhaafd.


V. Naverbranding


5.1 Het opvangen van de CO₂-energie


Elke kubieke meter CO die onverbrand de oven verlaat, is chemische energie waarvoor u betaald heeft (in zuurstof en elektriciteit) en die u niet heeft teruggewonnen. Na de verbranding wordt die CO in de oven omgezet in CO₂, waar de warmte kan worden overgedragen aan het bad en het schroot.


De cijfers over energieterugwinning zijn de moeite waard om te begrijpen:


- CO → CO₂ geeft ongeveer 238 kJ per mol CO vrij

Dat is ongeveer 10,6 MJ per kubieke meter verbrande CO₂.

Bij een rendement na verbranding van 50%–70% zijn de besparingen op elektrische energie aanzienlijk.


5.2 Hoe doe je dat?


Speciaal ontworpen naverbrandingslansen


Aan de muur gemonteerde lansen die zuurstof in de vrije ruimte injecteren – de ruimte tussen het slakoppervlak en het dak. De zuurstof mengt zich met de opstijgende CO en verbrandt deze.


Geïntegreerde lansontwerpen


Sommige geavanceerde coherente straallansen hebben aansluitingen voor naverbrandingszuurstof op hetzelfde lanslichaam. Dit vereenvoudigt de lay-out van de ovenwand en maakt het mogelijk om de hoofdzuurstof en de naverbrandingszuurstof te regelen vanuit één enkel positioneringssysteem.


Deur- of dakinjectie


Minder gebruikelijk, maar mogelijk. Zuurstof wordt via de deur of een opening in het dak geïnjecteerd om de CO-verbranding in de vrije ruimte boven het plafond te bevorderen.


5.3 Het naverbrandingsproces effectief maken


De zuurstof moet zich mengen met de CO, wat betekent dat het injectiepunt zich in de vrije ruimte boven de verbrandingskamer moet bevinden, waar de CO-concentratie hoog is. Ook moet de zuurstofstroom na de verbranding worden afgestemd op de zuurstofinjectiesnelheid van de hoofdverbranding — te veel zuurstof na de verbranding leidt tot overoxidatie van de slak, wat de deoxidatiebelasting tijdens de reductieperiode verhoogt.


Realtime analyse van de rookgassen (CO- en CO₂-gehalte) stelt u in staat de zuurstofstroom na verbranding te optimaliseren. Als u de rookgassen niet meet, blijft u gissen.


5.4 Resultaten die u kunt verwachten


- Energieterugwinning: 30%–50% van de beschikbare chemische CO₂-energie

- Energiebesparing: 15–40 kWh/t

- Kortere opwarmtijd: 3–8 minuten

- Let op: overdrijf het niet, want dan oxideert de slak te veel, wat betekent dat er meer deoxidatiemiddelen nodig zijn en dat het uiteindelijke staal mogelijk meer insluitsels bevat.


VI. Oefening met schuimslakken


6.1 Hoe schuimslakken ontstaan


Schuimslak is de meest effectieve maatregel voor thermische efficiëntie bij de productie van staal in een elektrische vlamboogoven (EAF). Wanneer de snelheid waarmee CO₂-bellen in de slak ontstaan ​​de snelheid waarmee gas ontsnapt overschrijdt, hopen de bellen zich op, zet de slak uit en ontstaat er schuim.


Er moet aan vier voorwaarden worden voldaan:


  1. Constante CO-productie — door zuurstofdecaburisatie

  2. 2. Geschikte slakeigenschappen — de viscositeit mag niet te laag zijn (bellen ontsnappen voordat ze zich ophopen) of te hoog (slak zet niet uit).

  3. 3. Voldoende slakvolume — als er niet genoeg slak is, kun je geen stabiele schuimlaag opbouwen.

  4. 4. Bellen die uit het bad opstijgen — de koolstof-zuurstofreactie moet in het metaal plaatsvinden, dus de bellen komen van onderaf binnen.

6.2 Het schuim beheersen


Slakkenchemie


Een basiciteit (CaO/SiO₂) tussen 2,5 en 3,5 is doorgaans het streefdoel. Bij een te lage basiciteit zal de slak niet goed fluidiseren; bij een te hoge basiciteit wordt deze stroperig. Een kleine hoeveelheid fluoriet bevordert de fluiditeit. Het FeO-gehalte is ook van belang: te veel FeO zorgt ervoor dat de slak dun wordt en het schuim instort.


Coördinatie van zuurstof en koolstof


Door zuurstofinjectie wordt de ontkoling gestimuleerd, waardoor CO ontstaat. Als de natuurlijke ontkolingssnelheid niet voldoende is, kunt u cokes of steenkool aan het bad toevoegen om de reactiesnelheid van de koolstof-zuurstofreactie te verhogen. De sleutel is om de intensiteit van de koolstof-zuurstofreactie af te stemmen op het vermogen van de boog: u wilt voldoende bellen om de boog te bedekken, maar niet zoveel dat de slak overstroomt.


Schuimhoogte


De schuimslaklaag moet 1,5 tot 2 keer de booglengte zijn, zodat de boog volledig bedekt is. Dat betekent doorgaans een slaklaag van 300 tot 500 mm dik. Je weet dat het werkt als het elektrisch rendement stijgt en de temperatuur van de vuurvaste zijwand daalt.


6.3 Waarom je schuimslak wilt


Boogstralingsafscherming


De schuimslak omsluit de boog volledig. De boogstraling wordt door de slak geabsorbeerd en naar het bad overgebracht, waardoor het thermisch rendement met 10%–15% verbetert. Tegelijkertijd worden de ovenwanden en het dak beschermd tegen directe boogstraling, wat de levensduur van het vuurvaste materiaal verlengt.


Geluidsreductie


Schuimslak absorbeert het geluid van de vlamboog. Een goed geschuimde oven is merkbaar stiller – 10 tot 15 decibel minder. In de controlekamer is dat het verschil tussen schreeuwen en normaal praten.


Boogstabiliteit


De weerstandbiedende eigenschappen van de schuimslak helpen de boog te stabiliseren, waardoor flikkering wordt verminderd en de elektroderegelaar zijn werk gemakkelijker kan doen.


Bescherming van de ovenbekleding


Schuimslak bedekt het bovenste gedeelte van de wand, waardoor de erosie en thermische schok die de vuurvaste materialen anders zouden ondergaan, worden verminderd.


6.4 Operationele voorzorgsmaatregelen


- Zorg ervoor dat het schuim niet te hoog wordt, anders duw je metaal uit de oven.

- Zorg ervoor dat de basiciteit niet te hoog wordt, anders wordt de slak te stroperig om goed te kunnen schuimen.

- Zorg ervoor dat het FeO-gehalte niet te hoog wordt, anders stort het schuim in.

- Voordat je het water aftapt, breek je een deel van het schuim af zodat je het bad kunt zien en kunt controleren of je klaar bent om te gieten.


VII. Ontwikkeling van de zuurstoflans: testen en simulatie


7.1 Waarom je lansen test


De prestaties van een zuurstoflans bepalen hoe efficiënt de oven zuurstof gebruikt, hoeveel er in het bad geroerd wordt en hoe lang de lans zelf meegaat. Testen in warme toestand stelt u in staat om:


- Meet de indringdiepte en spreidingssnelheid van de straal.

- Optimaliseer de geometrie van de sproeier (diameter, hoek, opstelling)

- CFD-simulaties valideren

- Neem datagestuurde beslissingen over de selectie van lansen en de operationele parameters.


7.2 CFD-simulatie in Lance Design


Computationele vloeistofdynamica is een standaardtool geworden bij de ontwikkeling van zuurstoflansen. Wat je ermee kunt simuleren:


- Zuurstofstraalstroom en -verzwakking in de ovenomgeving

- Indringdiepte van de straal in het gesmolten bad

- Stromingsveld en temperatuurveld in het bad

- Koolstof-zuurstofreactie en CO-belgedrag

- Bellendynamiek in de slak en schuimslakvorming


Veelgebruikte softwareplatforms: ANSYS Fluent, CFX, OpenFOAM en gespecialiseerde softwarepakketten voor de simulatie van metallurgische processen.


De waarde van simulatie is reëel: minder fysieke proeven, beter geoptimaliseerde lansontwerpen en de mogelijkheid om de prestaties onder uiteenlopende bedrijfsomstandigheden te voorspellen voordat je staal gaat snijden voor de lansonderdelen.


Samenvatting


De zuurstoftechnologie is geëvolueerd van een handmatige, onnauwkeurige bediening naar een hoogwaardig systeem dat essentieel is voor de prestaties van de elektrische vlamboogoven (EAF). Coherente straallansen, naverbranding en schuimslakbeheersing werken samen: de zuurstof genereert CO, de lans brengt het diep in het bad, de naverbranding wint energie terug uit de rookgassen en de schuimslak vangt de vlamboogwarmte op.


Om het maximale uit deze systemen te halen, is coördinatie essentieel: zuurstofstroom, koolstoftoevoeging, slakchemie en energie-input staan ​​allemaal op elkaar in. De bedrijven die deze interacties begrijpen – en ze bij elke verbranding optimaliseren – zijn de bedrijven die de korte taptijden en lage energiecijfers behalen die de staalproductie in de elektrische vlamboogoven concurrerend maken.

De laatste prijs ontvangen? We zullen zo snel mogelijk antwoorden (binnen 12 uur)